Namibië reizen Namibië reizen Namibië reizen
Geschreven door: Anika Redhed

Ik leun voorover met open mond, maar vergeet mijn man te waarschuwen en aan de camera denk ik al helemaal niet. Er zit een groepje bavianen vlak naast de weg. Het zijn onze eerste wilde apen en we zijn nog maar net in Namibië, op weg van het vliegveld naar Windhoek. De landing was misselijkmakend en de paspoortcontrole duurde bijna net zo lang als Out of Africa, maar het was het waard: we zagen ook nog een antilope en een stokstaartje. Dit was dag één. 

We rijden de route andersom en gaan eerst naar het noorden. Onderweg scharrelen de wrattenzwijnen in de berm en tijdens een wandeling op de Waterberg zien we onze eerste dassies: direct langs de weg, knagend aan boomblaadjes. Ze kijken ons tijdens het kauwen aan, met hun kraaloogjes en bijten dan weer een stuk blad af. Met hun harige, compacte lijf lijken ze vooral op een bever, of de knuffelbare versie van een rat zonder staart, maar niet op de olifant waar ze mee verwant zijn.

De zon komt hier genadeloos op. Als we om kwart over zes de deuren van onze tentlodge openen zien we een warme rode gloed op de rode rotsen van het bergplateau. De wandeling naar het restaurant, met zijn uitzicht op een vallei vol droge struiken en boompjes, is nog fris. Als we na het ontbijt teruglopen brandt de zon en is het licht op de rotsen alleen nog maar fel.

We tillen de bagage de auto in en hobbelen over een BMX-baan van rood zand naar beneden en voor we het ons bewust zijn, belanden we in een achtbaan. Als we door het hek rijden van het resort en de weg op willen draaien, zien we twee neushoorns staan. Midden op de weg. Ze grazen, draven een stukje, sproeien hun urine in het rond en sjokken er vandoor. Ze laten ons in volle bewondering en verbazing achter. Een ervaring die we in één woord kunnen samenvatten: Wow! We zijn nog niet bijgekomen als we een paar kilometer verder dikdiks in de berm zien. Weer een kilometer gravel verder steekt een groep bavianen over, inclusief een moeder met een kleintje op haar rug.

Het is genoeg. Onze stekker zit in het stopcontact en we staan 100% onder stroom. Een dagje zwembad lijkt ons nu ideaal. Of een etmaal in bed, of zelfs in een donkere, geluidsdichte cel. Dan kunnen we de indrukken verwerken en rustig opslaan op onze harde schijf. Maar dat zit er niet in: Namibië laat je niet met rust.

Aan het eind van de dag komen we in de lodge die net buiten Etosha ligt. Ze hebben hun eigen wild uitgezet en een waterplas direct naast het zwembad, met loungestoelen en cheesecake. We zien koedoe's, oryxen, zebra's en een struisvogel, op een paar meter afstand. En zo stuiteren we, vol van adrenaline en indrukken, de donkere, stille nacht in. En zo stuiteren we de volgende dag Etosha door, letterlijk.

Nog voor we hebben kunnen betalen zien we onze eerste giraf en je eerste giraf vergeet je nooit meer. Net als je eerste zebramangoest, je eerste blauwe wildebeest en je eerste olifant. Het was een grijze vlek, ergens in de verte, die net wat anders was dan de andere vlekken van dorre bomen en struiken. Later zien we er een langs de kant van de weg staan. Traag wappert hij met zijn oren. Wij kijken ademloos toe, met de versnelling in zijn één.

De springbokken, zebra's en gnoes lopen in grote groepen rond. Zebrapaden zijn hier zinloos, want zelfs de zebra's steken zonder uit  te kijken over. Maar dit is een van de weinige plekken op aarde waar je het niet erg vindt om stil te staan. En waar een file iets is om naar uit te kijken.

's Middags zien we er een. Een rij van wel zeven auto's. We staan onder hoogspanning. Als er een auto stilstaat, dan betekent dat dat er een dier te zien is. Soms een oryx of een bijzondere vogel. Maar de toeristen zijn hier zo verwend dat zelfs een olifant geen file veroorzaakt. De rij witte auto's voor ons kan dus maar één ding betekenen: leeuwen.

Zij zit hijgend achter een struik, met haar kop goed zichtbaar. Als ik inzoom met de camera zie ik bloedresten op haar snuit en vlees tussen haar snorharen. Als we een vrijgekomen plekje in de rij innemen zien we ook het zebracarcas. Een jakhals cirkelt eromheen.

De overheidskampen zijn in werkelijkheid datgene wat je je voorstelt bij een kamp van de overheid: het restaurant een vreetschuur, het personeel chagrijnig. Maar er zijn waterholes. Elke dag zien we er jakhalzen, neushoorns en giraffen. De springbokken en zebra's noem ik niet, zo verwend ben ik al, na slechts een paar dagen op roadtrip in Namibië te zijn.

Op de tweede dag in Etosha zien we er een groepje olifanten, drie volwassenen en twee kleintjes, die drinken, spetteren, met zand spelen, op elkaar duiken en dan in een keurige stoet weer verder dartelen. Dit is Etosha: wit, stoffig en de Beekse Bergen in het echt.

Vanaf deze dag word het wild veel kleiner. In Swakopmund maken we de Living Desert Tour om op zoek te gaan naar de Little Five. We ruilen de huurauto in voor een safari-auto met chauffeur en Duitsers. Rijdend door de duinen gaan de gidsen op zoek naar sporen: strepen, hoopjes of zelfs maar een kleurverschil in het zand. Ze vinden een slang, die zich met een paar keer wiebelen ingraaft in het zand. Maar ook de doorzichtige gekko, de schorpioen en de kameleon. Pas bij het langzaam afspelen van het filmpje zien we hoe hij de worm vangt met zijn tong.

In Swakopmund lees ik mijn mails. Het is de eerste keer dat we Wifi hebben op de kamer, die ook nog sterk genoeg is om het internet op te gaan, in plaats van alleen te appen. We slaan weer water in, tanken en gaan dan via de flamingo's van Walvisbaai de woestijn in. Kilometer na kilometer zand, bergen en heuvels in verschillende kleuren. Twee bergpassen met een 360 graden uitzicht over de maan. Geen huizen, geen asfalt, geen cappuccino. En daarom stopt iedereen in Solitaire; een plek die bij de eerste de beste concurrentie failliet zou gaan. Nu stopt iedereen er voor koffie of een pizza of een enorm hoog geprijsde cookie. Van de oude charme uit het boek van Tom van der Lee is geen sprake meer. Het is uitgebuite commercie.

Ook de duinen zijn voor Namibische begrippen overlopen met toeristen. De wegen in de omgeving zijn niet best. We juichen dan ook als we het asfalt van het park bereiken. Maar aan het eind ligt alleen nog maar los zand en kan je beter overstappen in een shuttle. Tegen een bedrag dat een jaarlijkse inflatie van 20% beleeft. Maar daar heb je dan ook een kermisattractie voor: het is een combinatie van achtbaan, botsauto en polyp. We bonken op en neer, schudden tegen de deur en de buurman aan en hebben een hoofd dat alleen nog met een veer vast lijkt te zitten aan ons lichaam. Onderweg zien we twee toeristenauto's ingegraven in het zand. Wij stuiteren erlangs, naar de parkeerplaats bij de Deadvlei. Daar zetten we eerst onze botten weer op hun plek en eten ons ontbijtpakketje leeg. Het is half negen en de zon is genadeloos. De meeste bezoekers dragen een korte broek, een hemdje en een bloot hoofd. Hoe verder de dag vordert, hoe meer mensen je ziet die een sjaal, doekje of wat ze ook maar hebben om hun hoofd binden. Wij zijn gewend te denken dat de zon een buitenkans is, iets om in te baden, maar hier is de zon een vijand, een soort BBQ voor mensen. Wij hebben lange mouwen, een lange broek en een hoed. Daarbij dragen we cowboylaarzen en we zijn de enigen die geen zand in onze schoenen krijgen.

De zon doet de mensen geen goed, als ze op een parkeerplaats in de hitte in een groep staan te wachten. Er zijn maar vier Jeeps die heen en weer rijden en veel te veel mensen: duwen, trekken en schelden. Alleen in de eigenlijke Sossuvlei is het rustig en sereen. Daar kan je het weidse landschap zien zonder mensen, zonder geduw, hoewel wij ook niet meer de vrolijksten zijn als we na een half uur wachten eindelijk een shuttle zien, die ons vervolgens niet wil meenemen. Op deze plek moet je een shuttle reserveren, wat niemand ons heeft verteld.

Het is een kunstzinnig landschap. Van Gogh of zijn collega's hadden het zeker geschilderd, als ze zo ver hadden kunnen reizen. Rode duinen achter witte vlaktes en grillige dode bomen. Desondanks vinden we het niet erg de Namibische Efteling te verlaten, terug de rust in. In Sesriemcanyon is bijna niemand. Ook bij het zwembad niet, want de anderen dolen nog door de woestijn of staan te wachten op een stalen taxi. Wij zijn klaar voor weer een dagje met de auto door de woestijn, samen.

De Kia Sportage is net een paardenkoets. We hobbelen over het losse gravel. Alles klappert en rammelt. Ik heb constant de neiging in de achteruitkijkspiegel te kijken of er geen onderdelen onder de auto zijn uitgevallen, maar meestal zie je niks in de spiegel: alleen maar stofwolken.

Er steken gemsbokken de weg over, we zien een groep zebra's en verder zijn we vooral onder de indruk van het landschap. Dat lijkt elk uur te wisselen. Heuvels, bergen, duinen en rotsen in verschillende kleuren. En altijd zover je kan kijken. Af en toe staat er een bordje langs de kant van de weg: Weltevreden Ranch of Farm Tirol. Het huis dat daarbij hoort ligt vaak zover van de hoofdweg af dat je het niet eens ziet.

Vandaag kunnen we twee keer aanleggen voor koffie; in dorpjes die bestaan uit een weg, een tankstation en een winkeltje. Daarna worden de wegen nog slechter door de regen van een paar dagen geleden. Zo hobbel je door los gravel, zo ploeg je door diep los zand, zo spring je op je rem, omdat de halve weg weg is. We zijn vandaag extra blij als we weer asfalt onder de wielen voelen en kunnen uitrusten bij restaurant Bahnhof met een schnitzel.

Het leven nabij Lüderitz wordt hier gedomineerd door zand. Dat blijkt niet alleen uit de verkeersborden die ervoor waarschuwen. Het hele dorp Kolmanskop is erdoor overgenomen. En het waait je om de oren als je met je laarzen door het losse zand ploegt. En het waaiert over de weg in een bizar golvenspel. De wilde paarden lopen erdoor. En het kleurt alles beige: alleen de weg is zwart.

De landschappen blijven indruk op ons maken. Nergens hebben we het als zo vreemd ervaren. Zo onwerkelijk, zo onaards. In Namibië leiden alle wegen naar de maan.

Het hoogtepunt voor ons is de Fish River Canyon, waar we een extra dag hebben geboekt. We kunnen geen kant op, alleen wandelen, mountainbiken en aan het zwembad zitten. En kijken. Dit is een van de weinige plekken waar je gewoon alleen maar kan kijken zonder je te vervelen, zonder je telefoon te willen pakken, zonder het hoofdstuk uit te moeten lezen. Een plek waar 'kijken' een activiteit is geworden. En je wordt het nooit zat. Hier, op de rand van de eeuwigheid, kan je eeuwig kijken. 

Zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=0GTZTyZECOw&t=25s